Opinie in De Morgen: “Waarom het beleid nu moet optreden tegen Live Nation.”

Wie vandaag in België een concert organiseert, een artiest boekt of simpelweg een ticket koopt, moet langs of over een onzichtbare muur: het monopolie van Live Nation. De hoop van artiesten, onafhankelijke festivals en de brede evenementensector ligt in de handen van de rechterlijke en wetgevende macht. 

In de snel veranderende wereld van de entertainmentbusiness heeft Live Nation de laatste decennia zijn greep op de Belgische evenementensector verstevigd. Niet alleen door overnames van de allergrootste festivals en podia en de uitbouw van een eigen boekingskantoor met een enorme roster aan internationale en lokale topacts, maar ook door de implementatie van het data- en ticketsysteem Ticketmaster. Via een strategie van ‘verticale integratie’ bouwt de Amerikaanse multinational verder aan hun monopolie. 

Vorige week kwam er een barstje in het pantser. Een jury in New York oordeelde dat Live Nation de entertainmentmarkt domineert, concurrenten verstikt en concertgangers te hoge ticketprijzen laat betalen. Het bedrijf wordt er ook van beschuldigd concertzalen onder druk te zetten om exclusief met Ticketmaster samen te werken. Tegelijk ligt hier in België de overname van Pukkelpop onder het vergrootglas van de BMA (Belgische Mededingingsautoriteit). Dit is hét momentum voor beleidsmakers om in te grijpen. 

Dat is noodzakelijk. Deze machtsconcentratie verschraalt en bedreigt de lokale culturele diversiteit. Een artiest moet voor de uitbouw van zijn carrière alternatieve wegen kunnen bewandelen om furore te maken, ook aan de top. Alleen zo hou je de markt van vraag en aanbod gezond. Het is bovendien bijzonder pijnlijk dat een hele sector van muziekclubs, cultuurhuizen, bookings- en managementkantoren, steunpunten als vi.be, … hard werk leveren om lokaal talent te ontwikkelen, en dat de hoogste bieder komt oogsten wat een ander zaait.

Andere grote boekingskantoren, die de andere populaire artiesten in portefeuille hebben, kunnen voorlopig nog zaken doen. Maar willen ze hun acts zien optreden in een grote zaal, dan komen ze als vanzelf bij Beat Venue (onderdeel van Live Nation) terecht. Als je jouw artiest op de planken wil van het Sportpaleis, Vorst Nationaal, de Antwerpse Stadsschouwburg, het Capitole in Gent, … dan hou je Live Nation dus maar beter te vriend. En natuurlijk wil elke artiest op een groot festival als Rock Werchter, Graspop, Dour, … spelen, waar Live Nation ondertussen ook eigenaar van is.

Het Amerikaanse bedrijf is ook een grote leverancier van onafhankelijke zalen en festivals. Wil je een specifieke internationale headliner of een lokale topper programmeren, dan is de kans groot dat je daarvoor het kantoor van Live Nation nodig hebt. Met de kans dat je als ‘package deal’ gepusht wordt om hun minder bekende artiesten op de affiche te plaatsen. Een koppelverkoop die vanuit ondernemerschap niet onlogisch klinkt. Maar als het bedrijf door zijn machtspositie ook nog eens de verkoopprijzen én de contractuele voorwaarden van artiesten bepaalt, bijvoorbeeld door exclusiviteit te vragen, dan wordt concurreren bijzonder moeilijk.

De extra doorn in het oog is Ticketmaster. Ik geef een voorbeeld. Stel dat je als onafhankelijke act de Capitole in Gent wil huren, dan betaal je niet alleen de dure kostprijs van de zaal, maar word je ook verplicht om het ticketsysteem te gebruiken en een deel van de inkomsten af te staan. De artiest verdient daardoor niet alleen minder, maar krijgt ook de data van zijn eigen fans niet ter beschikking, waardoor een act zelf geen zicht krijgt op wie er is geweest. Welke leeftijden hebben mijn fans? Uit welke regio komen ze? Wat zijn de contactgegevens? … Dat weet alleen Live Nation, en die promoten via de duizenden e-mailadressen hun eigen artiesten.

Hoe je het ook draait of keert: de Amerikaanse machine draait op volle toeren. Het is logisch dat artiesten, managers, festivals en podia een partnerschap aangaan met Live Nation om zaken te doen, en bovendien zijn de Belgische werknemers van Live Nation gerespecteerde collega’s met een hart voor muziek. Maar de hamvraag is: wie zal die opmars stoppen? Is het verstandig om onze Belgische artiesten, onze cultuurtempels, onze grootste festivals, onze data én de ticketgelden van de vele cultuurliefhebbers definitief uit handen te geven aan een Amerikaans bedrijf waarvan de aandeelhouders van de ene dag op de andere de spelregels kunnen veranderen? 

De hoop van de sector ligt in handen van de rechtbank en van het beleid. Het probleem benoemen, erkennen en onderzoeken is alvast een goede start. Maar er is meer nodig. De Vlaamse Minister van Cultuur heeft alvast haar strategische visie klaar om de lokale ‘Huizen van de Muziek’ en de muziekclubs te versterken. Het is hoog tijd dat ook de Federale regering en de Europese Commissie stappen zetten om het evenwicht in de sector te herstellen en de toekomst te beschermen. De lokale en enige echte ‘live natie’ zal u dankbaar zijn!



Vorige
Vorige

Over de jachthaven aan het Houtdok in mijn buurt

Volgende
Volgende

Interview in Pasar Magazine